11 clichés omtrent immigratie

Nota: de onderstaande tekst is een vertaling van een fragment uit een werk van de Franse filosoof Guillaume Faye. De tekst is dan ook in belangrijke mate gericht op de Franse situatie, maar deze verschilt weinig of niets met de situatie in Vlaanderen, Nederland en de rest van West-Europa.

In ‘De Kolonisatie van Europa’ schrijft Guillaume Faye dat men niet meer kan spreken van immigratie, maar eerder van kolonisatie door grote bevolkingsgroepen uit Afrika, Noord-Afrika en Azië; dat de Islam een verovering van Frankrijk en Europa onderneemt; dat de ‘criminaliteit der jonge allochtonen’ het begin is van een burgeroorlog; dat wij overweldigd worden door een allochtone bevolkingsexplosie en dat om demografische redenen een islamitische macht zich zal vestigen in Frankrijk, allereerst op lokaal stedelijk niveau en vervolgens wellicht op landelijk niveau.

De 11 clichés en foutieve ideeën omtrent immigratie en Islam

Cliché nr. 1:
“Wij zijn het die de immigranten lieten komen, want ze waren economisch onontbeerlijk. Zij waren en bleven de motor van de economische groei.”

Thierry Desjardin vernietigt in zijn essay “Brief aan de president naar aanleiding van de immigratie” dit cliché dat hij als volgt formuleerde: “Wij lieten hen komen, wij hadden hen nodig”. In feite rekruteerden de werkgevers vanaf 1960 tot 1973 in Noord-Afrika volgzame en goedkope arbeidskrachten met de medeplichtigheid van de vakbonden, terwijl Europese arbeidskrachten niet ontbraken! We hadden hen dus niet ‘nodig’, maar het uitbuitende kapitalisme had hen nodig. Dat was een economische vergissing, een kortzichtige berekening; want deze immigratie beperkte het beroep op investeringen; de Europese landen die geen beroep hebben gedaan op Noord-Afrikaanse arbeidskrachten hebben een krachtiger economische groei gekend dan Frankrijk.

Sedert 1973 vindt de aankomst van migranten plaats onder ‘druk’, dat wil zeggen dat ze komen doordat ze zich opdringen. Het is hun belang om te emigreren, niet het onze. Een allochtone werkloze of bijstandstrekker leeft hier beter dan al werkend in zijn thuisland. Met de massale komst van illegalen sedert het midden van de jaren 70, ziet men dat het niet Europa is dat een beroep doet op de allochtonen uit economische behoefte, maar dat zij zichzelf opdringen. De aanwezigheid van immigranten (genaturaliseerd of niet) is een rem op de economische groei door hun enorme kosten, hun lage niveau van deskundige vakbekwaamheid, ondanks alle opleidingen die men hen aanbiedt, en het is ook de reden van een algemene verslechtering van de kwaliteit van het leven en de sociale samenhang.

Contra-slogan: “De overgrote meerderheid der allochtonen is hier op vrijwillige basis en is een rem op de economische groei, de werkgelegenheid, het niveau en de kwaliteit van het leven.”

Cliché nr. 2:
“Zij doen het werk dat de Fransen niet willen doen.”

Zoals Alain Griotteray beschreef, is de immigrant-arbeider reeds lang vervangen door de immigrant als werkloze en uitkeringtrekker. Deze mythe van de immigrant als slaaf leidt een hardnekkig leven. Bovendien probeert de partij die hen laat binnenkomen momenteel quota op te leggen voor het in dienst nemen van de allochtonen door voor hen werkgelegenheid te reserveren waarvoor de Europese Fransen zijn uitgesloten.

Veel banen die mensen van Franse origine graag zouden willen hebben, zijn heden ten dage gereserveerd voor deze allochtonen, gemeentes van zeer grote omvang, onder anderen door ambtenarenapparaten, die een verborgen voorkeurspolitiek uitvoeren van positieve discriminatie. We spreken niet, dat is duidelijk, over banen voor jongeren en banen in het kader van solidariteitscontracten.

Contra-slogan: “Zij beperken de omvang van de werkgelegenheid van de autochtone Fransen.”

Cliché nr. 3:
“De Noord-Afrikanen en de Afrikanen zijn de Italianen en de Polen van gisteren. Frankrijk is altijd een immigratieland geweest. Er is niets veranderd.”

Dit is te gek voor woorden aangezien zij geen Europeanen zijn en hun gewoontes en mentaliteit uitermate ver hier van af staan. De intra-Europese immigraties, die nooit voor problemen op het gebied van integratie gezorgd hebben, vergelijken met de massale komst van Afro-Aziatische bevolkingsgroepen staat gelijk aan het verborgen houden van de etnische realiteit van de menselijke samenlevingen. Men mag zich niet blindstaren op de notie van ‘nationaliteit’, een begrip zo dierbaar voor de republikeinse ideologie. Een Vlaming met de Belgische nationaliteit, een Toscaan met de Italiaanse nationaliteit, een Provençaal met de Franse nationaliteit staan veel nader tot elkaar dan, bijvoorbeeld, een Antilliaan en iemand uit de Savoye. Echter, de laatstgenoemden zijn al langer “Fransen” dan de eerstgenoemden.

Contra-slogan: “Frankrijk is nooit een land geweest met immigratiestromen van buiten Europa afkomstig. Het is een dergelijk land geworden.”

Cliché nr. 4:
“Immigranten zijn slachtoffers, verstoten door racisme en economische armoede.”

Het tegendeel is waar. De immigranten profiteren van veel meer hulp en sociale opleidingen dan de Fransen van origine. De jonge immigranten zijn het voorwerp van dure maatregelen om hen aan werk te helpen, bij opleidingen en scholing alsmede voor wat betreft hun vrijetijdsbestedingen. In de voorsteden leven de allochtonen op een zeer redelijk niveau, dankzij de uitkeringen en de parallelle economie. Hen voorstellen als een lompenproletariaat is bedrog. Personen zonder vaste verblijfplaats en daklozen van Afro-Aziatische origine zijn overigens zeldzaam in tegenstelling tot wat er beweerd wordt.

Veel immigranten voelen zich geenszins uitgesloten, maar sluiten zich vrijwillig uit etnische haat af van een maatschappij die zij bevechten. Hun anti-Europees racisme (de fameuze ‘haat’) is overigens sterker dan het vermeende racisme der autochtonen. Overigens, de vreemdelingenhaat die in Frankrijk altijd een minuscuul fenomeen geweest is (hetgeen voor de allochtonen een wonderbaarlijke mazzel is), wordt uitgelokt door de wandaden van jonge kinderen van immigranten en lijkt niet op een intrinsiek racisme tegenover Arabieren of Afrikanen.

Contra-slogan: “Immigranten worden economisch en sociaal begunstigd, ondanks de afwijzing door velen van het land van ontvangst.”

Cliché nr. 5:
“De bovenmatige criminaliteit van de jonge Noord-Afrikanen komt doordat ze ontworteld zijn of (variant) omdat ze in getto’s leven.”

Het is deze slogan die de overheid ertoe aanzet om de allochtonen te willen spreiden over haar territorium: dit veroorzaakt dat de autochtonen opnieuw moeten vluchten (niet uit racisme, maar omdat het etnische samenwonen fysiek ondraaglijk is) en het leidt tot nieuwe getto’s. Leven in getto’s, of beter gezegd, vanuit hun standpunt, leven in gebieden bevrijd van de Europese wetten en welke gebieden ook nog eens onophoudelijk worden uitgebreid, dat is hun strategie.

Van de andere kant, de betrokkenen voelen zich helemaal niet ontworteld: zij nestelen zich tegelijkertijd in de islam, het arabisme en in de etnisch zwarte Amerikaanse cultuur. De gezamenlijke fenomenen van de “culturen” rap en rai (1) bevestigen dit. De salonintellectuelen, die het sociaal afwijkende gedrag van de jonge Noord-Afrikanen verklaren middels een “identiteitsverlies”, een “veramerikanisering” of een in de steek laten van de Arabisch-Afrikaanse wortels ten gunste van een hallucinaties opwekkende Amerikaanse subcultuur, profileren jammerlijke onwaarheden die slechts te verklaren zijn door hun onkunde op dit gebied.

De Arabieren zijn niet veramerikaniseerd in de zin waarin de jonge Europeanen dat zijn. Deze laatsten zijn daadwerkelijk losgeraakt van hun cultuur en ontworteld, niet de eerstgenoemden. Zij behouden van de Amerikaanse cultuur slechts de component “zwarte rap”, die in zijn protest antiblank is en die, als vergelding (fenomeen rai), doortrokken wordt met een beslist arabisme tot uitermate grote vreugde van de imams der voorsteden.

In tegenstelling tot de hersenschimmen van de rechtse gemeenschap die zich inbeeldt dat het islamo-arabisme van de voorsteden een uiting is van de strijd tegen het amerikanisme, moet men zeggen: de jonge immigranten hebben een tegencultuur geschapen (die tegelijkertijd een subcultuur is) welke het zwart-amerikanisme verbindt met het arabisch-islamisme.

De jonge immigranten zitten zeer goed in hun vel, maakt u zich om hen geen zorgen; zij zien zich als binnengedrongen strijders, zij vernietigen de cultuur ,maar het is niet zo dat zij zonder cultuur zijn. Ten bewijze: de houding van de jonge blanken die contact met hen hebben en die, door nadoen, hun aparte manier van spreken aannemen, hun manieren, hun muziek, zich volledig onderwerpen aan hun invloed en een verontrustende culturele achteruitgang ondergaan. We kunnen aannemen dat, om de (relatieve) vrede te bewaren en vooral als blijk van onderdanigheid, een zeker aantal jonge Europeanen zich bekeert tot de islam en zijn ondergeschiktheid aanvaardt.

Contra-slogan: Jonge immigranten nestelen zich in een nieuwe neoprimitieve cultuur en in zich uitbreidende getto’s, naar hun volle tevredenheid.

Cliché nr. 6:
“De jeugdcriminaliteit onder immigranten is, evenals het geweld onder jongeren, het gevolg van werkloosheid, neoliberalisme en verharding van de economische verhoudingen.”

Dit is een variant op cliché nr. 5 hierboven. Dit cliché is erop gericht de klassenstrijd te verwarren met de etnische strijd. De actuele criminaliteit komt niet voort uit de strijd der klassen.

Ik ben de eerste om de wandaden van het neoliberalisme aan de kaak te stellen, zoals de ongebreidelde vrijhandel, de autonomie van de financiële en speculatieve economie, kortom, de dictatuur van de handelsactiviteiten die de sociale verhoudingen platwalst, de onderlinge solidariteit verbrijzelt en de armoede aanwakkert. Maar toch, dit cliché snijdt geen hout.

Waarom?

1. De gemeenschapssolidariteit (in etnische zin) van de immigranten is geenszins gebroken door het neoliberalisme. Integendeel. De ontmanteling van de solidariteit betreft de Europeanen en niet de anderen.
2. Gedurende de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw, toen de werkloosheid en de armoede in Europa veel groter waren dan nu waarbij het aandeel van de jonge generaties 10 procent hoger lag en de verharding in de industrie die van tegenwoordig overtrof, werd geen enkel fenomeen van massale criminaliteit waargenomen. De Italiaanse, Spaanse, Portugese en Poolse migranten van de periode 1890 – 1960, veel armoediger dan de allochtonen van tegenwoordig van buiten de Europese Unie, veroorzaakten geen problemen de openbare orde betreffende.
3. Het geweld en de criminaliteit hebben voornamelijk betrekking op jonge Noord-Afrikanen en zeer weinig op de Aziaten (Chinezen, Pakistanen, enz.).

Het economische argument gaat dus niet op.

Contra-slogan: “De reden voor de criminaliteit en het geweld van jongeren, afkomstig uit immigratie, is endogeen (van binnenuit) en etnisch. Zij komt voort uit een etnische, haast mechanische schok, die in principe onvermijdbaar is en derhalve niet te verklaren met behulp van de gebruikelijke misdaadanalyses.”

Cliché nr. 7:
“De multiraciale, multiculturele en multireligieuze maatschappij is een cultuurverrijking. De inbreng van immigranten is aanzienlijk, cultureel zowel als economisch. Leve het veelkleurige en multiraciale Europa!”

Men kent de slogan van SOS Racisme, een volgeling van Black-Blanc-Beur (2): “Frankrijk is als een mobylette, het loopt op de goede mix en smering van zijn motor.”

In de geschiedenis zijn alle multiculturele en pluri-etnische maatschappijen altijd conflictueus van aard geweest en nooit creatief. Het tegenvoorbeeld daarvan is Japan, een mono-etnische samenleving. De economische impact van de immigratie qua kosten en ook sociaal gezien is enorm; het is een echte kanonskogel, veroorzaker van sociale conflicten en algemene incompetentie. De culturele en economische inbreng van immigranten is verwaarloosbaar. Noch in wetenschappelijke research, noch in het oprichten van ondernemingen, noch in de kunsten, wetenschappen, enz, hebben zij enige inbreng. Hun aandeel in de creatieve elites is heel klein in vergelijking tot hun aandeel in de bevolking, uitgezonderd de Aziaten van het verre Oosten. En dit feit is niet verklaarbaar met het argument van racisme of verstoting. Dit cliché vindt zijn oorsprong in het sociaal romantisme. Zij die het uitventen, geven als voorbeeld de Verenigde Staten: kijk, zeggen ze, hoe deze multiraciale en multiculturele maatschappij presteert! Maar het probleem, zowel van de voor- als tegenstanders van Amerika is, dat zij de USA niet kennen, waar zij nooit gewoond hebben. De Amerikaanse situatie is niet vergelijkbaar met die van Europa.

Contra-slogan: Iedere multiraciale maatschappij is multiracistisch, geen enkele multiculturele of multi-etnische maatschappij is creatief (scheppend van aard).

Cliché nr. 8:
“Er zijn in Frankrijk nu evenveel vreemdelingen als in 1936.”

Dit is een van de mooiste drogredenen van tegenwoordig waarop we geregeld attent gemaakt worden door de linkse media, teneinde ons gerust te stellen, en het berust ook nog eens op statistische grondslagen die ongeveer waar zijn.

Heel eenvoudig gezegd, de notie van “Fransman” verliest langzamerhand zijn betekenis vanwege de massale naturalisaties (ongeveer 200 duizend per jaar) en het bodemrecht (een automatisme wat betreft nationaliteit in het geval van geboorte op Frans grondgebied). Vroeger was de Republiek, die duidelijk het raciale element verwierp, er trots op dat alleen diegenen de Franse nationaliteit kregen die cultureel en qua taal onderdanig de integratie aanvaardden binnen de Franse gemeenschap. Maar dat is niet meer het geval. De nieuwe Fransen voelen zich niet Frans en herkennen zich niet in de Europese cultuur. Zij voelen zich altijd solidair met hun afkomst van origine.

De notie van “Franse nationalieit”, beroofd van zijn etnisch-culturele grondslagen, feitelijk zelfs van republikeins kosmopolitisme, heeft niet meer veel te betekenen. Er zijn steeds meer allochtone migranten, juridisch gezien Fransman, die de befaamde nationale taal verkrachten, het nog slechter spreken dan de Franssprekende vreemdelingen uit zwart Afrika of uit Quebec. De notie zelf van ‘Fransman” verliest langzamerhand zijn betekenis. Iedere definitie van nationaliteit die niet berust op een etnische basis, maar die strikt juridisch is, stuurt aan op zelfmoord zoals het Romeinse Rijk ooit ervaren heeft. Deze notie van “juridische nationaliteit”, een erfenis van de Europese oorlogen van de 19e eeuw, zou niet meer in zwang mogen zijn in Europa. De notie “vreemdeling” moet dus eigenlijk herzien worden.

Contra-slogan: Er zijn tien maal zo veel niet-Europese allochtonen in Frankrijk dan in 1936, dat wil zeggen, vreemdelingen in etnische zin.

Cliché nr. 9:
“Er bestaat een islam, die vreedzaam, wereldlijk en gematigd is, en perfect in staat om te integreren binnen de normen en waarden van de Republiek (3).”

Diepgaande miskenning van de islam en de koran, alsmede historische onkunde liggen ten grondslag aan dit vooroordeel, waarvan de nietigheid is aangetoond in een vorig hoofdstuk. De islam is een blok. Iedere gematigde mohammedaan kan morgen een terrorist of een islamitische strijder worden, zoals men het ontzettend duidelijk heeft kunnen zien gedurende de oorlog in Algerije.

Contra-slogan: de islam is een oorlogszuchtige, intolerante en theocratische religie, in wezen onverenigbaar met alle politieke Europese waarden.

Cliché nr. 10:
“Het geweld op scholen is te wijten aan een slechte verstedelijkte omgeving, een gebrek aan middelen en aan armoede.”

De school van de 3e en de 4e Republiek (4) profiteerde voor minstens 80 procent van algemene middelen, wist uitstekend tot integratie te leiden en verzekerde zelfs voor de allerarmsten het bestijgen van de sociale ladder. Ook werden analfabetisme en onkunde uitgebannen, vanaf het begin van de 1e Republiek. Tegenwoordig wankelt het nationale onderwijs, aanzienlijke middelen ten spijt, op zijn basis en is de overdracht van kennis en sociale vaardigheden niet meer gegarandeerd in de helft van alle instituten, ten prooi aan anarchie en geweld.

Contra-slogan: “Het geweld op scholen kan verklaard worden met het pedagogische, antiautoritaire dogma, maar vooral door de massale aanwezigheid van Noord-Afrikanen, die zich voor het overgrote deel niet aanpassen.”

Cliché nr. 11:
“Voor een neger (4) of een Noord-Afrikaan is het veel moeilijker om woningen of werk te vinden dan voor een Fransman van origine.”

Dit cliché verwijst naar de legendarische ‘discriminatie’ waarvan de Afrikanen het slachtoffer zouden zijn. Allereerst is het waar dat sommige huisbazen ervoor terugschrikken om te verhuren aan immigranten. De reden is niet raciaal maar heeft te maken met problemen als burenruzies, die door deze bevolkingsgroepen veroorzaakt worden, evenals met vaak optredende betalingsproblemen.

De weigering om iemand voor werk aan te nemen heeft in de meeste gevallen te maken met een gebrek aan vakbekwaamheid bij de kandidaten. Calixte Beyala en zijn ‘Collectief van Gelijkwaardigheden’ (Collectif Egalites) – die niets gelijkwaardigs heeft aangezien hij ernaar streeft middels dwang raciale quota bij sollicitaties aan te leggen met name binnen de audiovisuele media – deze organisaties hebben zich nooit afgevraagd waarom er zo weinig negers bij de televisie werken. Discriminatie van de kant van de omroepen? Zeker niet. Heel eenvoudig, de kandidaten – het is eenvoudig, dus voor een intellectueel te moeilijk om te begrijpen – zijn niet op de hoogte. De extreemlinkse (6) organisatie “Droit au Logement” (recht op woning), beweert dat de meerderheid van de krakers en uit kraakpanden verdreven personen bestaat uit Afrikaanse en Noord-Afrikaanse gezinnen. Zij vergeet om nader aan te geven dat deze personen clandestiene illegalen zijn die zich opdringen, dat zij zelden verdreven zijn zoals de wet dat voorziet en dat zij in het algemeen van een nieuw onderkomen voorzien en geholpen worden. Deze gezinnen profiteren van het officiële medelijden en komen zelden terecht bij de daklozen zoals de Fransen van origine, in hun ellende waarmee de politiek en de media de spot drijven.

In werkelijkheid profiteren de allochtone bevolkingsgroepen van toegangsfaciliteiten tot sociale woningen, van sollicitatieprivileges (met name wat betreft jongerenbanen), van privileges voor hulp en meervoudige uitkeringen waarvan de oorspronkelijke Fransen en vreemdelingen van Europese origine zijn uitgesloten.

Contra-slogan: “Voor een neger of een Noord-Afrikaan is het makkelijker om toegang te hebben tot werk, onderdak en uitkeringen dan voor een armoedzaaier van Europese origine.”

– – – – –

In Frankrijk is 8 procent van de volwassen bevolking afkomstig van buiten Europa en voor kinderen onder de 5 jaar is dat een percentage van 34 procent.

Dit stuk is vertaald door een bezoeker van Rechtsepolitiek.nl. Zie voor meer informatie: La Colonisation de l’Europe. Het boek staat daar in het Frans geheel online.

Voetnoten van de vertaler en aanvullende opmerkingen:

(1) rai: Arabische muziekstijl.

(2) “Black-Blanc-Beur”: “Zwart-Wit-Arabisch”. Soort van slogan, gebruikt door SOS Racisme, waarmee aangeduid wordt dat iedereen gelijk is.

(3) Met de “Republiek” wordt in feite bedoeld: Frankrijk.

(4) Het woord ‘neger’ heeft in Nederland inmiddels een beladen betekenis. Het is niet meer ‘politiek correct’ om het te gebruiken. Echter, om het onderscheid tussen Noord-Afrikanen (Maghrebiens) en overige Afrikanen (les Noirs) beter te kunnen aangeven, is consequent de letterlijke vertaling van het woord ‘un Noir’, zijnde ‘neger’ gebruikt.

(5) De 3e en 4e Republiek: Hiermee worden tijdvakken aangegeven, die voor een Fransman vanzelfsprekend associaties oproepen met bepaalde tijdsperiodes. Voor ons, Nederlanders, zijn het doorgaans onbekende begrippen. Net zoals bijvoorbeeld voor een Nederlander ‘De Gouden Eeuw’ een vanzelfsprekendheid is, zo is de ‘zoveelste’ Republiek dat voor een Fransman. 2e Republiek: 1848 – 1852; 3e Republiek: 1870 – 1914; 4e Republiek: 1945 – 1958

(6) extreemlinkse: letterlijk stond er: ‘paratrotskistische’. Ook dit begrip is in Frankrijk veel bekender dan in Nederland. Veel Nederlanders zullen niet weten, wat ermee bedoeld wordt. Vandaar de vrijheid in de vertaling, om dit weer te geven met ‘extreemlinks’. Frankrijk heeft een geschiedenis gekend van communistische partijen, heel anders dan wat zich op dat gebied in Nederland heeft afgespeeld.